Pieter Jan Verstraete boek,boekbesprekingen,nationaalsocialisme,Tweede Wereldoorlog Der Vierjahresplan: moedig initiatief van uitgeverij Aspekt

Der Vierjahresplan: moedig initiatief van uitgeverij Aspekt

599 Views

Terecht stelt Perry Pierik in zijn inleiding dat de Vierjahresplannen van de nationaalsocialistische economie een onderbelicht en verwaarloosd thema in de NS-geschiedschrijving vormen. Nog steeds geldt het boek van Dieter Petzina, Autarkiepolitik im Dritten Reich als het standaardwerk bij uitstek. Dat boek verscheen echter al in 1968… Het hele plan kwam voort uit het feit dat de nazi’s begrepen dat zij een stabiele oorlogseconomie nodig hadden. De lessen uit de Eerste Wereldoorlog speelden hierbij een belangrijke rol. Duitsland toonde zich toen kwetsbaar. Een nieuwe oorlog diende aan deze kwetsbaarheid een einde te maken en voor stabiele grenzen te zorgen.

Aan de basis vandeze plannen lag de autarkische gedachte, waardoor Berlijn geen kolonies nodig zou hebben en onafhankelijk zou zijn van de  Angelsaksische wereld (World Island). Vanaf 1933 werd er steeds nauwer samengewerkt tussen industrie en de strijdkrachten. Feit dat een belangrijke invloed zou hebben op de Duitse militaire successen vanaf de nazomer van 1939. De plannen brachten wapens en materiaal voort om de Blitzkrieg maximaal te kunnen laten draaien. Ook waren de successen voor een groot deel te danken aan het feit dat geen enkele Blitzkrieg langer dan zes weken duurde. Pas met Unternehmen Barbarossa, het mega-offensief tegen Sovjet-Rusland, liep het mis. Een snelle overwinning bleef uit en de Duitse oorlogseconomie was te onstabiel voor een langdurige oorlog. Pas met de komst van Albert Speer, begin 1942, zou de hele economie op oorlogsvoet geschoeid worden. Maar de resultaten op het slagveld waren pas vanaf het voorjaar van 1943 toonbaar. Toen was het Vierjahresplan allang voorbijgestreefd. De Duitse legers hadden al geruime tijd te kampen met twee grote nadelen: te weinig (soldaten, bevoorrading en wapens) en te laat (aan het front). Bovendien was de Duitse oorlogseconomie niet voorzien op een meerfrontenoorlog en had ze meer en meer te lijden onder de bombardementen.

Eerder al verschenen bij Aspekt de jaargangen 1938 en 1939 van Der Vierjahresplan in facsimiledruk. Thans volgen de jaargangen 1940 en 1941. Uitgever Perry Pierik heeft heel wat moeite ondernomen om een zo goed als volledige collectie (hier en daar ontbreekt een nummer) op de kop te kunnen tikken. De meeste nummers vond hij in de stadsbibliotheek van Trier. Samen geeft de collectie een goed beeld van een van de grondpijlers van de nationaalsocialistische leer; namelijk het verkrijgen van Lebensraum in Europa.

Het tijdschrift zelf werd heel verzorgd uitgegeven met heel veel geïllustreerde (sommige zelfs in kleur) advertenties waarin vooral allerhande wapentuig en landbouwmachines aangeprezen worden. Het tijdschrift staat ook vol statistieken.

Der Vierjahresplan was het naamkaartje van de Duitse industrie dat over de hele wereld indruk diende te maken. Ideaal voor studenten en publicisten die de nazi-economie nader onder de loep willen nemen. De letterlijk gewichtige boekdelen zijn op het eerste gezicht weliswaar prijzig te noemen maar gezien hun omvang is dat wel gerechtvaardigd. Bedenk dat een enkel nummer algauw antiquarisch 15 à 20 euro kost. De boekwerken werden bovendien op zuurvrij papier gedrukt.

Der Vierjahresplan 1940 (1100 blz., 89,95 euro) en 1941 (956 blz., 99,95 euro), Soesterberg, Aspekt, 2020. Telkens met een inleiding van de hand van Perry Pierik.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Related Post

Nogmaals Leo VindevogelNogmaals Leo Vindevogel

588 Views

In het laatste nummer van het Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis van 2020 analyseert de gerespecteerde directeur en historicus van het Soma, Nico Wouters het proces Leo Vindevogel – het artikel telt 35 blz. De ondertitel is veelbetekenend: Historische waarheid en beeldvorming over de repressie in Vlaanderen. De auteur stelt dat “puur juridisch is het onderzoek robuust en zijn de tegenargumenten zwak”. 

Nico Wouters fileert op een zeer leesbare wijze het strafdossier tegen Vindevogel en merkt op dat de toenmalige strafrechters zich niets te verwijten hebben omdat er een solide bewijslast tegen de beklaagde Vindevogel bestond. Meer de beklaagde had zichzelf aan de galg gepraat vermits hij bij zijn standpunten (onder meer pro-Duitse gezindheid en het aangeven van verzetslui) gebleven was. Eigenlijk had hij zijn doodvonnis aan zichzelf te wijten vermits hij zichzelf onmiddellijk na de bevrijding bij de rijkswacht had aangegeven, en niet mee met zijn familie naar Duitsland gevlucht was. Indien hij een of twee jaar later voor de repressierechtbank had gestaan, dan zou hij er met een veroordeling van vijf of tien jaar vanaf zijn gekomen. Daarbij moeten we, aldus historicus Wouters, ook wijzen op de zwakke verdediging van Vindevogel. Zijn advocaten hebben niet het onderste uit de kan gehaald om zijn vel te redden. De Soma-directeur geeft wel toe dat “niet duidelijk is welke feiten nu uiteindelijk hebben doorgewogen” om hem tot de doodstraf te veroordelen, en is het proces “relatief snel” afgehandeld. 

Alle argumenten (onder andere het stenografisch verslag) die door de tegenpartij aangevoerd wo(e)rden om de oorlogsburgemeester van Ronse te verdedigen, worden door de auteur afgewimpeld als ‘beeldvorming’. Ook mijn zorgvuldig gedocumenteerde Vindevogel-biografie ondergaat dat lot. Niet in het minst omdat ik het door wijlen Jan Verroken zorgvuldig opgestelde stenografisch verslag gebruikte en er geen kritische reflecties bij stelde. 

Wouters besluit op eerder sombere wijze: “Ik ben daarom sceptisch: dit artikel verlegt hoogstens een steentje. Geschiedschrijving zal de koers van een rivier niet meer veranderen wanneer de bedding van een beeldvorming is uitgegraven”. Het is wel mooi gezegd/geschreven. Ik vraag me daarbij af waarom Nico Wouters in zijn monumentaal boek over de oorlogsburgemeesters uit 2004 met geen woord rept over Vindevogel? Hij had toen immers de uitzonderlijke gelegenheid om een en ander naar voren te brengen,
wat hij dus verzuimde. Een gemiste kans. 

Ere wie ere toekomt. Nico Wouters maakte voor zijn onderzoek gebruik van een bron die ik voor mijn biografie niet raadpleegde omdat ik het bestaan ervan niet wist: het Archief Correctionele Rechtbank van Oudenaarde dat zich in het Rijksarchief van Gent bevindt.